Een bijzondere chilipeper: Gator Jigsaw

Mensen, die zich bezighouden met het telen van superhete chilipepers, zijn vaak creatief (en competitief) met het verzinnen van een 'gevaarlijke' naam die past bij hun chilipeper. Zo hebben we natuurlijk de fameuze Carolina Reaper, de Lousiana Creeper, de Komodo Dragon of de Devil's Tongue.

Er is natuurlijk ook een voortdurende wedstrijd gaande tussen de kwekers om de meest hete chilipeper ter wereld te ontwikkelen. Dat is echt niet alleen voor de eeuwige roem, maar er is ook behoorlijk wat geld mee te verdienen als jij die heetste peper ter wereld in bezit hebt.
[Image: 7 Pot Club]

Een nieuwe ster aan dat firmament is de Gator Jigsaw, een naam die voldoende pittigheid suggereert en tegelijkertijd ook nog eens de vorm probeert te beschrijven. Deze chilipeper rijpt naar via groen naar een prachtige mix van licht groen en zacht geel. Met voldoende fantasie (of alcohol) zou je er een puzzel van een krokodil in kunnen zien.

De Gator Jigsaw is een Capsicum chinense en daarmee is een behoorlijke pittiheid al bijna gegarandeerd. Hoe pittig weet men nog niet, want dat is nog niet wetenschappelijk vastgesteld, maar men hoopt dat deze chilipeper wel eens heter kan blijken te zijn dan de huidige officiële wereldrecordhouder, de Carolina Reaper met 2,200,000 SHUs.

Ikzelf geloof daar niet zo in, al zou een SHU van 2,000,000 best wel pittig genoeg zijn voor de meeste mensen. Ik vermoed dat deze Gator Jigsaw een onbedoelde kruising zou kunnen zijn tussen een Penis Pepper en een Carolina Reaper. Het voordeel van de Gator Jigsaw is dat zijn pittigheid minder lang in je mond en keel blijft hangen dan andere superhete chilipepers. Maar voordat die pittigheid de overhand krijgt proef je nog even een heel palet van aardse smaken.

De Gator Jigsaw levert soms grote chilipepers op en misschien is dat deels de reden dat liefhebbers geloven dat dit de nieuwe wereldrecordhouder kan zijn. Bij grote chilipeper neem je immers onbedoeld wat grotere hapjes dan van een kleine chilipepers. De chilipepers zijn rijp na circa 100 dagen. Hij lijkt redelijk stabiel te zijn.

Wil je eens proberen om deze bijzondere chilipeper op te kweken dan zul je het internet opmoeten, want in Nederland is deze variëteit nog niet te koop.

Hoe de avocado gered werd door de mens

Planten zijn slim. Om hun zaden te verspreiden zorgen ze dat die verpakt zijn in smakelijke vruchten of bonen. Planteneters (herbivoren) en vruchteneters (fructivoren) doen zich te goed aan het vruchtvlees en eten min of meer per ongeluk ook de zaden op. Die zaden kunnen niet verteerd worden en verlaten het lichaam later op een volstrekt natuurlijke manier. Later betekent in dit geval ook verder. Voor een boom, struik of plant is het namelijk van groot belang om niet met zijn nakomelingen te concurreren om voedsel en zonlicht.
So far, so good, zouden we kunnen opmerken, maar het probleem ligt bij de avocado, een bes van een boom die inheems is in Mexico. Iedereen weet dat de avocado een knoepert van een pit heeft, omgeven is door heerlijk voedzaam vruchtvlees. Welk dier zou verantwoordelijk zijn voor de natuurlijk verspreiding van deze pit?

De avocado (Persea americana) is een vrucht van een andere tijd. De soort evolueerde tijdens het Pleistoceen (2,580,000 tot 11,700 jaar geleden), een periode die gekenmerkt werd door de zogenaamde megafauna. Dat waren diersoorten die tot extreme formaten konden opgroeien door een overvloed aan voedsel. Denk aan mammoeten en mastodonten, maar per definitie zijn het dieren die meer dan 1,000 kilogram wegen.

Grote dieren hebben natuurlijk veel voedsel nodig en consumeerden dan ook het liefst grotere bonen en vruchten. De flora evolueerde samen met de fauna. Daardoor ontstonden soorten met gigantische bonen, zoals de Kentucky Coffee Tree (Gymnocladus dioicus) of de cacaoboon (Theobroma cacao).

Aan het eind van de laatste ijstijd stierven de meeste grote dieren uit, al bleven er nog enkele soorten over, zoals olifanten, neushoorns en bizons. Maar op het Amerikaanse continent werd het een stuk leger. Amerika verloor zo'n 70 procent van al zijn grote zoogdieren. Bizons graasden nog wel op de prairies, maar elders wachtten bomen tevergeefs op grote herbivoren en fructivoren om hun vruchten te eten.

De vruchten van de avocadoboom werden niet meer gegeten en ze vielen simpelweg op de grond, rotten weg of ontkiemden om te concurreren met de oudere boom. Zonder megafauna konden de zaden niet meer verspreid worden. Het probleem heeft men 'evolutionair anachronisme' genoemd. Twee soorten zijn samen geëvolueerd, maar eentje is verdwenen en daardoor is de andere eenzaam achtergebleven.

Het einde van de laatste ijstijd, zo'n 13,000 jaar geleden, betekende dus ook het einde van de megafauna die zich te goed deed aan de avocado. Eigenlijk was de avocado daardoor ook ten dode opgeschreven, maar de soort werd gered door de mens. De laatste wetenschappelijke onderzoeken tonen aan dat de eerste mensen al rond 32,000 jaar geleden de eerste stappen zetten op het Amerikaanse continent[1].
[Wilde of oeravocado]

De avocado werd uiteindelijk rond 5,000 vChr een belangrijk voedingsmiddel in Centraal- en Zuid-Amerika. Uiteraard had de oeravocado een grotere pit en veel minder vruchtvlees, maar daar wisten de Azteken wel raad mee. Door zorgvuldig te selecteren wisten ze een avocado te telen die al erg leek op de huidige vorm.

[1] Ardelean et al: Evidence of human occupation in Mexico around the Last Glacial Maximum in Nature – 2020. Zie hier.

[Boek] Hét BBQ-boek waar vrouwen wél opgewonden van raken

'Hét BBQ-boek waar vrouwen wél opgewonden van raken' is een luxe magazine vol snelle en makkelijk recepten voor op de BBQ.
Gewoonlijk draait een BBQ vooral om vlees en lang wachten. Jij vindt het vast ook herkenbaar dat je bij een reguliere barbecue al zoveel hebt gegeten van de stokbroodjes met kruidenboter, dat je tegen de tijd dat er wat van de BBQ komt rollen, je eigenlijk al genoeg hebt gegeten.

In dit boek vind je 41 makkelijke en snelle recepten: 12 vis/vlees recepten, 15 groenten/vega recepten en de rest zijn verrassende sausjes, lekkere desserts en 2 cocktails. Mijn favorieten zijn de Matroesjka (een gevulde avocado met een gele curry makreel erin, omwikkeld met ontbijtspek), de Slumdog Millionaire (een Indiase vega hotdog), een vegan cashewnoten mayo en een brownie van zwarte bonen en Amaretto.

Het boek is dus geen standaard BBQ-boek, zoals je die overal ziet, waarbij het draait om vlees, uren wachten, veel spareribs en de standaard worsten. Nee, het boek staat bomvol recepten voor vis, salades, veel verse groenten, cocktails, zoete gerechten sausjes en natuurlijk vlees. Alles super snel klaar en zelfs te maken met een wegwerp-BBQ!

Voor slechts €9.95 te koop via de website van Green Gypsy. Bestel het boek snel hier.

Champagne: Illusie in een glas

Champagne wordt gezien als vloeibare luxe. Als er echt iets te vieren is grijpen mensen naar een prijzige fles en schenken de bruisende drank voorzichtig in speciale glazen. Vroeger waren dat coupes, tegenwoordig flûtes. Veel mensen weten niet dat ze daarmee het slachtoffer zijn van een illusie, een vorm van een vroege marketing. Wat is het geval?
De streek Champagne ligt ter hoogte van de Franse hoofdstad Parijs. De bodem bestaat uit kalk. Al sinds de Romeinse tijd worden daar druiven geteeld. Vanaf de Middeleeuwen werden de daarvan gemaakte wijnen voornamelijk naar Engeland uitgevoerd. De Britten staan er namelijk bekend om dat ze geen smaak hebben.

Het probleem van de streek is namelijk dat de zomers er met enige regelmaat regenachtig en koel kunnen zijn. Het gevolg daarvan dat de druiven nauwelijks suiker zullen bevatten, omdat zon en warmte zorgen voor de suikerproductie in de druif. Vervolgens wordt die suiker tijdens het fermentatieproces omgezet in alcohol. Er dient echter wel voldoende suiker overblijven om de wijn een zoete smaak te kunnen geven. Met andere woorden: er dient al behoorlijk wat suiker in een druif te zitten, want anders heb je een wijn die óf nauwelijks alcohol bevat óf zuur zal smaken.
De wijn uit de Champagne was soms zo zuur dat deze meer weg had van azijn dan van wijn. In die jaren wilden zelfs de Britten de wijn niet afnemen en er moest dus een oplossing gezocht worden. Wat men deed was nog even wat extra suiker toevoegen aan de wijn, waardoor een tweede gisting op de fles ontstond. Gisting ontstaat door de werking van een (weer ontwaakte) schimmel en hun 'ontlasting' is kooldioxide (CO2). Die CO2 hoopt zich op in de wijn en bij het openen van de fles ontsnapt deze als piepkleine bubbels.

De verzonnen geschiedenis zegt dat een monnik, Dom Pérignon (1638-1715), de man was die deze sprankelende mousserende wijn heeft verzonnen. Dat is onjuist, want een gelijksoortige mousserende wijn, de Blanquette de Limoux, werd al in 1531 geproduceerd door Benedictijnse monniken in hun klooster nabij Carcassonne.

Hebben die bubbels nut? Jawel, de kooldioxide verdooft je smaakpappillen, wat officieel chemesthese wordt genoemd. Daardoor proef je niet meer dat je een slechte witte wijn drinkt, maar ontstaat de illusie dat de wijn een stuk beter is dan hij in werkelijkheid is.

Terug naar de wijn. In het zuiden van Europa wordt de druif aan zoveel warmte en zon blootgesteld dat wijngaarden vrijwel niets hoeven te doen aan hun wijn. Ze oogsten en de natuur doet zijn werk. Er komt geen vinoloog aan te pas. In Frankrijk moeten er behoorlijke kunstgrepen worden toegepast om een wijn enigszins drinkbaar te maken. Precies zoals bij koffie en thee worden diverse wijnen of druiven gemengd om een aanvaardbaar resultaat te krijgen. Champagne bestaat voornamelijk uit wisselende hoeveelheden wijn van de Pinot noir, de Pinot meunier en de Chardonnay. Kleinere hoeveelheden van de Pinot blanc, Pinot gris, Arbane en Petit Meslier worden ook in de wijn gebruikt.

De reclamecampagne om champagne populair te maken is perfect gelukt.

Vijfde Druk 'De Chilipeper' verschenen

Op 21 juli 2020 is alweer de vierde druk van het uiterst succesvolle boek 'De Chilipeper' verschenen.
Bestel snel een exemplaar via uw plaatselijke boekhandel, bol.com of de uitgever Flevodruk.

Palmolie, Ratten en Makaken

Palmolie heeft tegenwoordig een slechte reputatie, maar is intussen wel de meest gebruikte (en dus geconsumeerde) plantaardige olie. Hele oerwouden worden weggekapt en weggebrand om plaats te maken voor palmbomen, waardoor een monocultuur ontstaat en vele bomen, planten en dieren hun vaste plaats in de ecologie verliezen.
Maar de natuur vindt altijd een manier om terug te slaan. De treurige, bijna oneindig grote plantages vol palmoliepalmen blijken een fantastische habitat te zijn voor ratten. Die vinden tussen en onder de wortels van de palmen een heerlijke plaats om voor hun nageslacht te zorgen. Al die ratten zorgen samen voor een enorme schade aan de voedzame oliehoudende vruchten van die palmen.

Maar die overdaad aan ratten zorgt ook voor geïnteresseerde apen. De lampongaap (Macaca nemestrina) wordt in het Engels de Southern pig-tailed macaque genoemd en is inheems in Thailand, Maleisië en Indonesië. Het zijn alleseters, die zich voornamelijk tegoed doen aan fruit, zaden, bessen en insecten. Maar, zoals alle primaten, zijn het ook opportunisten.

Biologen hebben nu ontdekt dat deze makaken actief zijn gaan zoeken naar ratten[1]. Die ratten zoeken overdag, wanneer de zon ongenadig aan de hemel brandt, de koelte van hun holen op. Het zijn daar gemakkelijke prooien voor de makaken.

Tellingen wijzen uit dat een groep makaken wel meer dan 3,000 ratten per jaar vangt. Het resultaat van hun aangepaste gedrag is dat de makaken de aantallen ratten op een plantage wel met 75 procent kan verminderen. Dat leidt zelfs tot een verminderd gebruik van pesticiden.

Het dieet van de makaken bevat natuurlijk ook veel palmolievruchten. De onderzoekers berekenden dat een groep makaken meer dan twaalf ton vruchten per jaar eet. Dat is echter maar 0.56 procent van de totale palmolieproductie van de onderzochte plantage. Dat lijkt misschien veel, maar ze 'betalen' daarvoor door op ratten te jagen. Die ratten zorgden echter voor een oogstverlies van ongever tien procent van de totale productie. Ratten veroorzaakten dus veel meer productieschade dan de makaken.
De onderzoekers waren stomverbaasd toen ze voor het eerst merkten dat makaken zich voedden met ratten op plantages. Ze hadden niet verwacht dat ze op deze relatief grote knaagdieren zouden jagen en dat ze zelfs zoveel vlees zouden eten. Het is algemeen bekend dat het fruitetende primaten zijn die slechts af en toe smullen van kleine vogels of hagedissen.

In eerste instantie dachten de eigenaren van de plantages dat met de komst van de makaken een tweede schadelijke diersoort was gearriveerd en dat daardoor de vraatschade aan hun plantages nog meer zou gaan toenemen. Maar op basis van de nieuwe gegevens konden ze een nieuwe rekensom gaan maken. De schade van ratten kon oplopen tot wel 10 procent, makaken eten ratten, waardoor de schade met zo'n 75% afneemt, maar tegelijkertijd eten makaken ook palmolievruchten. Met de rekenmachine in de hand kwamen ze op een toegenomen oogstopbrengst van $650,000 per jaar.

Anna Holzner et al: Macaques can contribute to greener practices in oil palm plantations when used as biological pest control in Current Biology - 2019

Pinot Gris en Schiermonnikoog

De pinot gris wordt, afhankelijk waar de wortels van de wijnranken staan, ook pinot grigio (Italië) of Grauburgunder ('Grijze Bourgondiër', Duitsland) genoemd. Deze variëteit is een natuurlijke mutatie van de pinot noir, een mutatie die al eeuwen geleden moet hebben plaatsgevonden.

De pinot gris heeft gewoonlijk grijs-blauwe druiven, maar die druiven kunnen ook een bruinachtige roze tint vertonen en zelfs rassen met witte druiven komen voor. Wijnen, gemaakt van deze druif, kunnen ook behoorlijk in kleur variëren: van een diep goudgele kleur via koperkleurig tot zelfs versies met een lichtroze zweem.

Pinot is de Engelse verbastering van het Franse pineau, wat een combinatiewoord is van van pin (denneboom, pine tree) en het verkleinwoord eau. Samen is dat dus 'denneboompje' en het verklaart de vorm van de druiventrossen. Er bestaan een aantal varianten, namelijk de pinot noir ('zwart'), pinot blanc ('wit') en pinot gris ('grijs').
De pinot gris was al in de Middeleeuwen bekend in de Franse provincie Bourgondië, waar een voorvader van de druif mogelijk bekend stond als Fromenteau of Beurot. Mijn gevoel zegt dat je dat misschien als 'kaaskleurig' of 'boterkleurig' zou kunnen vertalen, maar dat gevoel is verkeerd, want  Fromenteau wordt vertaald als 'tarwe' (en wil dus ook al de bloeiwijze van de druif verklaren). De populariteit van de druif zorgde er voor dat deze rond het jaar 1300 in Zwitserland arriveerde. Daarna was Hongarije aan de beurt waar Cisterciënzer monniken ofwel grijze monikken in 1375 wijnranken plantten in de regio Badacsony, waar men op de noordhellingen, grenzend aan het Balatonmeer, een perfect klimaat en vulkanische ondergrond vond. Daar werd de druif al snel Szürkebarát ('grijze monnik') genoemd.
[Onze favoriet. Gewoon te koop bij Albert Heijn]
Slechte en onvoorspelbare oogsten zorgden er voor dat de pinot gris rond het jaar 1800 overal wat uit de gratie raakte, maar nieuwe clonen zorgden de laatste jaren voor een echte rivival van de pinot gris. Op Sicilië groeit de pinot grigio nu uitbundig en dat levert een heerlijke wijn op. Gewoon te koop bij Albert Heijn.

Overigens: diezelfde grijze monniken zijn uiteraard ook de naamgevers van het Waddeneilanden Schiermonnikoog en (het verdwenen) Monnikenlangenoog. Of ze op die eilanden ooit de pinot gris hebben verbouwd vertelt de historie niet.

Geen bier zonder druiven

Het recept voor bier is eenvoudig: men neme water, graan, gist en hop. Laat het graan ontkiemen en vervolgens drogen. Het eindproduct noemt men mout. Mix het water en de mout. Voeg gist toe om de fermentatie op gang te brengen en voeg tenslotte hop toe als conserveringsmiddel.

Geen wonder dus dat bier al millennialang gebrouwen wordt. Bier was rond 10,000 jaar geleden een onbedoeld gevolg van de opkomst van de landbouw. De fermentatie ontstond per ongeluk als een bijproduct van het geoogste wilde graan.
In het oude Egypte was bier meer voedsel dan een verfrissende drank. Zonder bier waren er geen piramides gebouwd. De arbeiders kregen dagelijks een rantsoen van één liter bier. Die hoeveelheden waren wel te begrijpen, want door de zinderende hitte moest toch voldoende vocht worden ingenomen. De kwaliteit van het drinkwater was niet te vertrouwen en door de fermentatie was bier een ziektekiemenvrij alternatief.

Maar met het laven van duizenden arbeiders moest er een constante kwaliteit bier geleverd worden en dat betekende dat er een betrouwbaar gist gebruikt moest worden. Het 'moedergist' van het beroemde A-gist van Heineken bijvoorbeeld is een zeldzame gistsoort (Saccharomyces Eubayanus) die slechts na een lange speurtocht op Patagonië (Vuurland) gevonden kon worden.

De vraag was dus waar die Egyptenaren hun gist vandaan hebben gehaald. Het antwoord is wetenschappers lange tijd ontgaan, maar recent hebben ze kruiken, die ooit gevuld waren met bier, mogen onderzoeken. Uit die 4,500 jaar oude kruiken schraapten ze ingedroogde restanten van het bier en waren in staat om de oude gist weer tot leven te brengen. Het bleek een oude bekende te zijn, Saccharomyces cerevisiae, een oeroud broertje van Heineken's A-gist.
Met behulp dat dat 'herboren' gist kon men er na duizenden jaren nog steeds bier van brouwen. Het bier bleek licht van kleur te zijn en het bruist een beetje. Het lijkt daardoor een beetje op witte wijn. Zo smaakt het eigenlijk ook.

Men denkt dat dit gist oorspronkelijk afkomstig moet zijn van de schil van druiven. Je kunt die gist zelfs zien als component van de dunne witte beschermende wasachtige aanslag op voornamelijk donkerblauwe druiven.

Met andere woorden: geen bier (en brood) zonder druiven.

Een rijstnabootsend onkruid

Ondanks zijn naam Europese hanepoot (Echinochloa crus-galli) komt deze soort helemaal niet uit Europa. Hij is namelijk inheems in Azië, maar heeft zich wel ontwikkeld tot een wereldwijde invasieve soort.
Het is een eenjarige grassoort, die op voedzame grond moeiteloos een plekje verovert. De planten worden ongeveer een meter hoog, hebben een breed blad en vormen fraaie bloeiaren, die van groen naar rossig verkleuren. De zaden zijn eetbaar als gierst en zijn gemakkelijk te oogsten. Geroosterde zaden vormen een koffie-surrogaat. Het jonge blad is zowel rauw als gekookt eetbaar.

De Europese hanepoot heeft een een evolutionair trucje verzonnen om te kunnen overleven. Ooit, zo'n duizend jaar geleden begon de mens in China aan de Yangtze-river met het telen van rijst. Uiteraard moest al het onkruid met de hand tussen de rijstplantjes weggehaald worden. Dat handmatig wieden was in eerste instantie relatief eenvoudig, want alles wat het aandurfde om met een groen sprietje boven het maaiveld te komen, werd rücksichtslos weggehaald.

Maar de Europese hanepoot begon te leren en na honderden generaties leek de soort zo op een rijstplantje dat rijstboeren soms gingen twijfelen. Tegenwoordig kunnen ze een rijstplantje zo goed nabootsen dat ze aan detectie kunnen ontsnappen.

Tijd voor wetenschappelijk onderzoek[1]. Deze vorm van evolutionaire nabootsing noemt men Vavilovian mimicry, genoemd naar de Russische geneticus Nikolai Vavilov (18871943). Het is een voortdurende aanpassing van een kruid om een gedomesticeerde plant na te bootsen. In het geval van de Europese hanepoot heeft deze plant zichzelf aangeleerd om rechtop te groeien in plaats van zich over de grond uit te spreiden zoals de meeste van zijn familieleden. In China hebben ze zelfs groene stengels gekregen, terwijl de niet aangepaste versie nog steeds wat rossige stengels hebben.

De onderzoekers schatten dat de nabootsende versie van de Europese hanepoot ontstond op ongeveer hetzelfde moment dat Chinese historische gegevens aangeven dat het regionale economische zwaartepunt aan het verschuiven was van het stroomgebied van de Gele Rivier naar het stroomgebied van de Yangtze. Tijdens deze periode van de Song-dynastie groeide de Chinese populatie snel en daarbij natuurlijk ook de rijstconsumptie. Dit is ook het moment waarop een snelrijpende, droogtebestendige rijstvariëteit, de Champa rijst, in het Yangtze-bekken uit Zuidoost-Azië werd geïntroduceerd - teneinde twee oogsten per jaar mogelijk te maken. Mogelijk is het onkruidbeheer in die rijstvelden geïntensiveerd in het kader van deze voorwaarden.

Hoewel de 'gewone' Europese hanepoot een vervelend landbouwonkruid is in de westerse wereld, is de rijstnabootsende versie nooit echt wijdverbreid waargenomen. Vermoedelijk is dat het gevolg van mechanische landbouw dat de plaats innam van het traditionele handwerk.

[1] Ye et al: Genomic evidence of human selection on Vavilovian mimicry in Nature, Ecology and Evolution – 2019

Vogels en Zelfmedicatie

Dat primaten, zoals chimpansees, bonobo's en mensen, geneeskrachtige kruiden gebruiken is wel te begrijpen. Ze hebben grotere hersenen en zijn daardoor intelligenter dan andere diersoorten. Maar intelligentie is niet altijd te meten met een IQ-test of CITO-score en als we eens met een scherpe blik in de natuur kijken, zien we een opmerkelijk verschijnsel.
Mannelijke spreeuwen (Sturnus vulgaris) zoeken geurige geneeskrachtige kruiden als nestmateriaal[1]. Voordat ze deze kruiden in het nest verwerken laten ze deze eerst ter goedkeuring aan de vrouwtjes zien. Nothing ever changes, nietwaar?

Vogels, die opgroeien in deze nesten, hebben een versterkt immuunsysteem, blijken minder last te hebben van allerlei bacteriën en minder bloedzuigende parasieten. Daardoor hebben ze nauwelijks bloedarmoede, wat op zijn beurt weer leidt tot een gezondere groei en hoger gewicht. Ook de temperatuur in die nesten is hoger dan in nesten zonder de kruidige aanvulling, wat ook al weer positief is in de soms koude nachten in het voorjaar.

Vrouwtjesspreeuwen worden niet alleen aangetrokken door de geur van kruidennesten, maar kruidennesten bieden ook nog eens energiebesparende voordelen voor broedende vrouwtjes.

Bij keuze-experimenten gebruikten spreeuwen reukzin om nestkruiden te selecteren, gebruikmakend van aangeboren informatie en ervaring die is opgedaan als nestvogels om geuren te identificeren. Metingen van de lucht in de nestkasten lieten een toename van vluchtige stoffen tijdens de nestelfase zien. Het blijkt zelfs dat de reukgevoeligheid van de spreeuw per seizoen verandert. Spreeuwen kunnen namelijk alleen geuren onderscheiden tijdens het reproductieve seizoen. Het verband tussen geurperceptie en reproductief gedrag wordt gestuurd door een tijdelijk verhoogde testosteronproductie.

Duizendblad (Achillea millefolium) is een van de geneeskrachtige kruiden die door spreeuwen wordt gebruikt. Verder zoeken ze actief naar zevenblad (Aegopodium podagraria), gewone berenklauw (Heracleum sphondylium), vlier (Sambucus niger), fluitenkruid (Anthriscus sylvestris) en wilg (Salix alba).

Tijdens een ander onderzoek werd een experiment gedaan, waarbij duizendblad aan nestmateriaal van zwaluwen werd toegevoegd[2]. Die zwaluwen gebruiken gewoonlijk geen medicinale planten, maar het resultaat was dat de hoeveelheid bloedzuigende vlooien in nesten met duizendblad enorm afnam.

Maar al die zelfmedicatie onder vogels kan ook de nodige bijwerkingen hebben. In Mexico zijn vinken tot de ontdekking gekomen dat peuken van sigaretten ook zorgen voor minder parasieten in het nest. Dat klopt natuurlijk want de nicotine is een zwaar vergif. Het probleem is dat door het gebruik van peuken zorgt voor afwijkingen in het chromosoom[3]. Kanker dus.

[1] Helga Gwinner: Male European Starlings Use Odorous Herbs as Nest Material to Attract Females and Benefit Nestlings in Chemical Signals in Vertebrates – 2012
[2] Shutler, Campbell: Experimental addition of greenery reduces flea load in nests of a non-greenery using species, the tree swallow Tachyceneta bicolor in Journal of Avian Biology – 2005
[3] Suárez‐Rodríguez, Macías Garcia: There is no such a thing as a free cigarette; lining nests with discarded butts brings short‐term benefits, but causes toxic damage in Journal of Evolutionary Biology – 2014. Zie hier.

Chimpansees en Zelfmedicatie

De basis van vrijwel al onze moderne geneesmiddelen is de natuur. Geneeskrachtige kruiden en specerijen worden al eeuwenlang ingezet bij allerhande kwalen. Tegenwoordig halen we onze medicijnen bij de apotheek, maar vroeger haalden we die bij monniken of kruidenvrouwtjes. Die laatsten werden heksen genoemd als het allemaal een beetje tegenzat. Nog steeds wordt in tropische regenwouden gezocht naar planten die een potentiële kuur kunnen vormen voor slecht behandelbare ziektebeelden, zoals kanker of infectieziekten. 
Maar het kan zijn dat andere diersoorten samen met ons op zoek zijn geweest naar medicijnen. Diverse apensoorten, waaronder de mens en chimpansee, gebruiken de natuur om aan zelfmedicatie te doen.

Een van de eerste gedocumenteerde gevallen dat ook chimpansees de natuur als medicijnkast gebruikten was in 1983 toen onderzoekers zagen hoe chimpansees in het Afrikaanse Tanzania bladeren van de Afrikaanse wilde zonnebloem (Aspilia africana) oprolden en doorslikten zonder ze te kauwen. Andere onderzoekers observeerde hetzelfde vreemde gedrag in chimpanseefamilies in Oeganda en Nigeria. Ze vonden dit maar vreemd gedrag, niet alleen omdat het geen nut heeft om deze bladeren in hun geheel door te slikken, maar ook omdat de bladeren zelf een ruw en wat ruwharig oppervlak hebben.

Om die vraag te beantwoorden werd een onderzoek gedaan aan de ontlasting met daarin de onverteerde bladeren[1]. Het leek erop dat de chimpansees de bladeren slikten om te profiteren van het ruwe en borstelige oppervlak. Parasitaire wormen bleken aan de bladeren te blijven 'plakken' bij de reis door het spijsverteringsstelsel en hun ingewanden.
Slim van die chimpansees natuurlijk, maar het bleek dat diezelfde bladeren ook door de mens in verschillende Afrikaanse landen werd ingezet als medicijn. Toen eens onderzocht werd of er ook specifieke stoffen in die bladeren verstopt zaten was het resultaat opmerkelijk: er bleken grote hoeveelheden van de potente antibiotica thiarubrine A in het blad te zitten[2]. Daardoor is het consumeren van het blad niet alleen werkzaam tegen wormen, maar ook tegen allerhande bacteriën.

Verder bleek uit ander onderzoek dat het blad ook nog een tweetal stofjes te bevatten die een krachtige samentrekking van de baarmoeder veroorzaken[3]. Die ontdekking kon verklaren waarom vrouwelijke chimpansees bladeren van de Afrikaanse wilde zonnebloem vaker consumeren dan mannelijke.

Het gekke was, dat zelfs chimpansees, die in gevangenschap geboren waren en dus nog nooit in Afrika waren geweest, al de eerste keer dat ze Aspilia-bladeren kregen aangeboden spontaan hetzelfde gedrag vertoonden[4].

Vreemde mensen die chimpansees.

[1] Huffman, Caton: Self-induced Increase of Gut Motility and the Control of Parasitic Infections in Wild Chimpanzees in International Journal of Primatology – 2001
[2] Rodrigues et al: Thiarubrine A, a bioactive constituent of Aspilia (Asteraceae) consumed by wild chimpanzee in Experientia – 1985
[3] Page et al: Biologically active diterpenes from Aspilia mossambicensis, a chimpanzee medicinal plant in Phytochemistry – 1992
[4] Huffmann, Hirata: An experimental study of leaf swallowing in captive chimpanzees: insights into the origin of a self-medicative behavior and the role of social learning in Primates – 2004

Jodium, Bonobo's en de Evolutie van de Mens

Jodium is een sporenelement en is onmisbaar voor de aanmaak van de schildklierhormonen T3 en T4. Deze hormonen zijn noodzakelijk voor een goede groei, de stofwisseling en de ontwikkeling van het zenuwstelsel.
Van nature komt jodium voor in zeevis, zeewier, eieren en zuivelproducten. Omdat de Nederlandse bevolking gemiddeld te weinig jodium binnen krijgt, werd al in 1932 regionaal gestart met het toevoegen van jodium aan drinkwater. In 1942 werd dit vervangen door het gebruik van gejodeerd broodzout. Vanaf 1960 werd dit gebruik verplicht gesteld. In 1999 werd het toegestaan gejodeerd zout ook aan enkele andere producten toe te voegen, zoals brood en broodvervangers, verwerkt vlees en aan tafelzout.

In 2008 is in de Warenwet vastgelegd dat gejodeerd zout aan vrijwel alle levensmiddelen mag worden toegevoegd. Tegelijkertijd werd de toegestane hoeveelheid jodium verlaagd: bakkerszout voor brood en broodproducten mag maximaal 65 mg jodium per kg zout bevatten, keukenzout en zout voor andere producten mag maximaal 25 mg jodium per kg zout bevatten[1].

Mensen, die weinig of geen brood eten of brood zonder gejodeerd zout, waaronder veel biologisch brood of zelfgebakken brood, lopen het risico op een jodiumtekort. Bij een jodiumtekort gaat de schildklier trager werken en opzwellen (krop). Bij kinderen leidt jodiumgebrek tot een groeiachterstand en een verminderd leervermogen en bij een echt groot tekort tot dwerggroei.

Heel lang geleden waren jodiumrijke voedselbronnen vooral aan de kust te vinden. Onderzoekers denken dat de evolutie van grotere menselijke hersenen en de evolutie van grote menselijke hersenen en hoogontwikkelde cognitieve vaardigheden te maken moeten hebben gehad met jodium[2]. Zonder jodium dus geen evolutie. Maar, zo vroegen wetenschappers zich al langer af, hoe kregen vroege mensachtigen (of hominiden) in het verleden voldoende jodium binnen in gebieden waar ze geen vis- of schelpdieren konden vinden? Dat raadsel lijkt nu opgelost dankzij een onderzoek onder bonobo's, een apensoort die nauw verwant is aan de mens[3].
Als onderdeel van een studie onder bonobo's, die leven in een oerwoud in het binnenland van het Afrikaanse land Congo, bekeken wetenschappers wat die apen aten. Ze verzamelden het fruit en de kruiden dat de apen aten en stelden de hoeveelheid jodium daarin vast. Wat opviel was dat de bonobo's in moerassige poelen naar riet en waterlelies zochten. Ze verwijderden de bloemen en de bladeren en aten de stelen en wortels op. De wetenschappers ontdekten dat die stengels en wortels van riet en waterlelies vrijwel net zoveel jodium bevatten als zeewier.

Op diezelfde manier moeten mensachtigen ooit ook aan voldoende jodium in hun voedingspatroon gekomen zijn, denken wetenschappers nu.

[1] Warenwetbesluit Toevoeging micro-voedingsstoffen aan levensmiddelen. Zie hier
[2] Joordens et al: A fish is not a fish: patterns in fatty acid composition of aquatic food may have had implications for hominid evolution in Journal of Human Evolution – 2014
[3] Hohmann et al: Fishing for iodine: what aquatic foraging by bonobos tells us about human evolution in BMC Zoology – 2019

De oudste kruidnagelboom

Ooit produceerden de Indische Specerij-eilanden meer nootmuskaat, foelie, kruidnagel en zwarte peper dan waar ook ter wereld. De specerij-eilanden liggen onder de rook van het Molukse eiland Halmahera en bestaan uit Ternate, Tidore, Moti en Makian.

Ternate wordt gedomineerd door de 1715 meter hoge vulkaan Gamalama en op dat eiland staat ’s werelds oudste nog levende kruidnagelboom. Men schat dat deze boom tussen de 350 en 400 jaar oud is. Dát hij nog bestaat is überhaupt een wonder.
De Gamalama op Ternate [Foto: Peter van Eijk]
Kruidnagels werden al in de Middeleeuwen door Arabische zeevaarders naar het Midden-Oosten en vandaar uit naar consumenten in Europa overgebracht. Waar die kruidnagels precies vandaan kwamen werd millennialang geheim gehouden om de concurrentie niet de kans te geven er zelf in te gaan handelen. In 1512 was dat geheim voorbij toen de Portugeze zeevaarder Francisco Serrão (?-1521) de Banda-eilanden en Ternate bereikte.

De Nederlandse Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) wist uiteindelijk de eilanden op de Portugezen te veroveren en creëerden daarop hun eigen monopolie. De productie werd beperkt tot het eiland Ambon en drie kleinere eilanden ten oosten daarvan: Haruku, Saparua en Nusa Laut. Ze gebruikten daarvoor de tactiek van de verbrande aarde: alle kruidnagelbomen, die groeiden op andere eilanden, werden vernietigd. Om de prijzen kunstmatig hoog te houden, werd ook de oogst op Ambon scherp onder controle gehouden. Per jaar werd 800 tot 1,000 ton kruidnagels geëxporteerd. De rest van de oogst werd verbrand of in zee gedumpt. Iedereen die buiten de VOC om een handeltje in kruidnagels dacht te kunnen drijven, stond de doodstraf te wachten.
De oudste kruidnagelboom [Foto: Peter van Eijk]
Alle kruidnagelbomen op Ternate moesten als gevolg van dat beleid natuurlijk ook gerooid worden, maar die ene kruidnagelboom ontsnapte aan dat lot en het was dat ene foutje van de VOC dat er voor zorgde dat in 1770 het monopolie in kruidnagels uiteindelijk een dodelijke slag werd toegebracht. Een Fransman met de toepasselijke naam Pierre Poivre ('Piet Peper') ontdekte die eenzame boom, stal een paar zaailingen en bracht ze heel voorzichtig over naar de onder Franse heerschappij staande eilandengroep de Seychellen (gelegen in de Indische Oceaan, ietwat rechts van Afrika en boven Mauretanië) en uiteindelijk naar Zanzibar. Tegenwoordig is het aan de Afrikaanse oostkust gelegen Zanzibar de grootste producten van kruidnagels ter wereld.
Kruidnagel [Foto: BBC]
Op Ternate staat nog steeds die eenzame kruidnagelboom. Gehavend door de houtkap van onnadenkende dorpsbewoners. Dat wel.

New York, Suriname en Pulau Run

Ooit, zo weten we mogelijk nog van onze geschiedenislessen op school, was Nieuw Amsterdam één van de bezittingen van het Nederlandse rijk. In 1667 werd Nieuw Amsterdam bij het Verdrag van Breda geruild tegen Suriname en werd het stadje hernoemd tot New York.
[Pulau Run]
Zoals zo vaak blijkt deze geschiedenis niet helemaal volledig, want Nederland had Suriname de facto al in bezit: het land was een jaar eerder veroverd op de Engelsen. Het Verdrag van Breda bevestigde slechts de al bestaande situatie. Suriname was dus niet het belangrijkste ruilobject voor wat ooit de wereldstad New York zou worden.

Waar de Nederlanders namelijk écht op aasden was het piepkleine eilandje Pulau Run (Pulau betekent 'eiland'), een van de Banda Eilanden. De Banda-eilanden vormen een groep van tien kleine vulkanische eilanden in de Bandazee en behoren tot de Indonesische eilandengroep de Molukken. Het eiland was al eerder in Nederlandse handen geweest, maar men had voor de zekerheid alle muskaatnootbomen gekapt voordat de Brittenhet  door middel van de East India Company konden terugveroveren. Voor de Britten was Pulau Run daardoor waardeloos geworden. Want om die muskaatnoten ging het de Britten natuurlijk. Muskaatnoten waren immers de bron voor de specerijen nootmuskaat en foelie.
Maar met de deal kreeg Nederland dus de laatste van tien Banda Eilanden in bezit en zorgde daarmee dat de dreiging van Britse inmengingen werd verminderd. Nederland had sindsdien een monopolie op de handel in nootmuskaat en foelie. Het heeft de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) en de aandeelhouders schatrijk geraakt. Om illegale handel en smokkel te voorkomen, concentreerde de VOC de teelt van kruidnagelen eerst op het Molukse eiland Ambon. Op alle andere Molukse eilanden, waartoe immers ook de Banda Eilanden toe gerekend worden, werden de kruidnagelbomen rücksichtslos gekapt.

Maar de Bandanezen bleven toch met de Engelsen en Portugezen handelen. De VOC besluit in 1609 maar een vesting te bouwen om wat meer grip op de situatie te krijgen, maar dat vinden ze op Banda weer geen goed idee. Ze vermoorden enkele Nederlanders en dat was het begin van een onrustige periode. In 1621 heeft Gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen er genoeg van en organiseert een strafexpeditie naar Banda. Na afloop zijn er van de 15.000 bewoners nog maar 1.000 over. De rest is gedood, gevlucht of in slavernij afgevoerd naar Batavia.

Tot in het midden van de 18e eeuw waren de Banda Eilanden de enige bron voor de muskaatnoot in de hele wereld en pas toen lukte het de Britten om de muskaatnoot in Maleisië, Singapore, India, Ceylon en Grenada te verbouwen.

Een koude Spaanse soep: Salmorejo

Salmorejo is een dikke soep (of puree) die bestaat uit tomaat, brood, olijfolie, knoflook, azijn en zout. Deze soep hoort thuis in de Zuid-Spaanse regio Cordoba.
Deze soep is wat meer rose tot oranje van kleur dan gazpacho en is bovendien veel dikker en crèmiger dan zijn tegenhanger. Dat komt omdat er meer brood in verwerkt wordt.

Gewoonlijk worden de tomaten eerst ontveld en vervolgens gepureerd met alle andere ingrediënten. De puree wordt koud opgediend en kan gelardeerd worden met brokjes serranoham hardgekookte eieren.

Rond 1800 werd de smaak nog omschreven als breinzout met azijn. Met andere woorden: ook bij dit gerecht waren tomaten een (te) late toevoeging doordat tomaten ook in Spanje eeuwenlang met een achterdochtig oog werden bekeken.

Maar doordat salmorejo ooit breinzout was kunnen we de oorsprong van de naam ook begrijpen. Het is oorspronkelijk een Romeins gerecht geweest met de naam moretum, een voorloper van pesto. Daarin kunnen we de verouderde naam voor een vijzel, mortier, herkennen. Dus het tweede deel van salmorejo kan begrepen worden als vijzel. Het eerste deel van salmorejo, sal, is eenvoudiger te verklaren, want het betekent 'zout'.

Slechts twee zoogdieren houden van pittig voedsel

Planten houden er niet van om opgegeten te worden en daarom hebben ze methodes ontwikkeld om oneetbaar te worden. Sommige soorten werden giftig, terwijl anderen bitter of pittig werden. Chilipepers werden pittig om te voorkomen dat zoogdieren de bessen – jawel, chilipepers zijn botanisch gezien bessen – oppeuzelden. Nee, die chilipepers waren slim, want de pittige stof capsaïcine is alleen pittig voor zoogdieren, maar niet voor vogels en juist die mogen de pepertjes wel opeten, omdat ze veel later en verder de zaadjes weer uitpoepen. Evolutionair gezien een voordeel, omdat je dan je nageslacht meer kans geeft.
Waarom zoogdieren niet van chilipepers houden is onderzocht. Het blijkt dat zoogdieren pijnreceptoren met de naam TrpV1 in de slijmvliezen van mond en neus hebben. Die zijn bedoeld om je hersenen het signaal te geven dat je je mond verbrand als je bijvoorbeeld te hete vloeistof drinkt. Laat nu die capsaïcine precies passen op die receptor TrpV1 met het bekende gevolg. Je eet (te) pittig voedsel en het lijkt alsof je mond in brand staat. Lijkt, want de hersenen krijgen wel het signaal van een te hoge temperatuur, maar het is natuurlijk een soort illusie. De pijn is er wel, maar de hitte niet.

Volgens de meeste berichten is de mens de enige diersoort die een voorkeur voor pittig eten heeft ontwikkeld. De mens is namelijk ooit tot de ontdekking gekomen dat chilipepers een ietwat antibacteriële werking hebben. In de tropen kan voedsel al binnen een paar uur bedorven raken. Doe je veel chilipepers door een gerecht dan heeft dat twee voordelen: het bederf wordt wat geremd en de smaak van al wat bedorven voedsel wordt gemaskeerd door de pittigheid.

Maar goed, tot voor kort was er, behalve de mens, geen zoogdier bekend dat chilipepers at. Die uitzonderingspositie van de mens is recent verdampt, want onderzoekers hebben recent ontdekt dat de Belangers toepaja (Tupaia belangeri of northern treeshrew), een soort spitmuis die zelfs een ver familielid van de primaten is, ook probleemloos die pittige chilipepers kan eten[1].
De onderzoekers hebben nu vast kunnen stellen dat die toepaja's een piepkleine mutatie in hun TrpV1-receptor hebben ondergaan, waardoor de capsaïcine niet meer perfect past op die pijnreceptor. Dat betekent dat de Belangers toepaja nu pittige chilipepers in zijn dieet kan opnemen.

Ze denken dat die mutatie een evolutionaire adaptatie is die de Belangers toepaja in staat stelt om tolerantie voor capsacinoïden te krijgen, waardoor hij zijn dieet kan verbreden om zijn kans op overleven te verbeteren.

Maar chilipepers groeiden ooit alleen maar in de Nieuwe Wereld en kwamen pas na het jaar 1492 naar de Oude Wereld. Dat was meer dan 500 jaar geleden, maar zo snel gaat evolutie ook weer niet. Het blijkt dat een broertje van de zwarte peper (Piper nigra), de Piper boehmeriaefolium behoorlijke hoeveelheden van een analoog van capsaïcine aanmaakt met de naam Cap2[2].

[1] Han et al: Molecular mechanism of the tree shrew's insensitivity to spiciness in PLoS Biology - 2018. Zie hier
[2] Tang et al: Cytotoxic Amide Alkaloids from Piper boehmeriaefolium in Journal of Natural Products - 2011 

Een bijzondere chilipeper: Pimiento de Gernika

Pimiento de Gernika behoren tot de soort Capsicum annuum en zijn een ras groene chilipepers die traditioneel verbouwd worden in een gebied in het uiterste noordwesten van Spanje. We kunnen het gebied nog wat preciezer omschrijven door te melden dat deze chilipepers beroemd zijn in het noordelijke deel van de Baskische regio. Dat gebied heeft een typisch Atlantisch klimaat met koele winden en heel veel regen. Juist dat levert de optimale omstandigheden op waarbij de Pimento de Gernika het best tot zal groeien.
Het zaad en de teelt zijn van generatie op generatie doorgegeven en zijn zogenaamd een zorgvuldig bewaard geheim. Zogenaamd, want het is namelijk helemaal niet zo moeilijk om chilipepers te verbouwen. Iedereen kan het. De Pimientos de Gernika zijn ietwat langwerpige milde (500 SHUs) en zoetsmakende chilipepers die behoren tot dezelfde familie als vrijwel alle andere Mediterrane groene chilipepers.

De Pimiento de Gernika wordt geoogst wanneer hij nog groen is, vandaar dat hij ook wel de Pimientos verdes de Gernika genoemd wordt. Hij wordt slechts licht geroosterd en daarna opgediend met wat olijfolie en zeezout. De grotere exemplaren worden soms met geitenkaas gevuld en daarna gefrituurd.

Pimiento de Gernika betekent natuurlijk simpelweg 'Peper van Gernika' en dat is de Baskische vorm van het Spaanse Guernica.

Guernica is bekend geworden doordat de historische binnenstad van deze plaats op 26 april 1937 door de Duitse Luftwaffe met de grond gelijk werd gemaakt. De Basken, altijd dwars en strijdend voor onafhankelijkheid, hadden natuurlijk in de Spaanse burgeroorlog de 'verkeerde kant' gekozen. Twee dagen na de lafhartige aanval bezetten de troepen van dictator Franco de stad.
Naar aanleiding van dit bombardement schilderde Pablo Picasso zijn beroemde muurschildring 'Guernica', dat al snel te zien was op de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs. Het bevindt zich sinds 1992 in het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía in Madrid.

Een bijzondere chilipeper: Poblano

De Poblano is een chilipeper uit de familie Capsicum annuum en stamt uit de Mexicaanse deelstaat Puebla. Hij wordt gezien als een zeer milde chilipeper, maar hij heeft een interessante eigenschap verzonnen: heel onverwacht kan een plant een chilipeper afleveren met wat meer pittigheid. Verschillende chilipepers van dezelfde plant kunnen dus behoorlijk in pittigheid variëren. Bovendien is de rijpe rode poblano een stuk pittiger dan zijn onrijpe groene toestand. De schatting van diens pittigheid lopen uiteen van zo'n 1,000 tot 2,000 SHU's.
De bewoners van de deelstaat Puebla noemen zichzelf Poblanos en dan weet je direct waar deze chilipeper zijn naam vandaan heeft. Overigens betekent puebla zelf 'stad' en er bestaat dus een staat (en stad) met de naam 'stad'.

Deze chilipeper heeft een behoorlijk formaat met een maximale lengte van 15 centimeter en een doorsnede van wel zeven centimeter. Bovendien is de poblano behoorlijk vlezig en is dus bijzonder geschikt om te roken en te vullen. In gerookte toestand heeft hij een breed en plat uiterlijk gekregen. De Mexicanen noemen hem dan de Ancho ('breed' in het Spaans).

De chilipeperplant is een struik met diverse takken. Hij wordt meer dan 50 centimeter hoog. In onrijpe toestand in de poblano donkergroen tot paarsig van kleur. De rijpe versie kan zo dieprood zijn dat hij zelfs neigt naar donkerpaars en zwart.

Een poblano houdt van warmte en zelfs bij de juiste omgevings- en bodemtemperaturen duurt het zo'n 200 dagen om van zaad naar rijpe vruchten te groeien. Dat lijkt mij persoonlijk ietwat te lang voor de gemiddelde Nederlandse omstandigheden.

Een zeer nauwe verwant ras is de Mulato, die nog donkerder van kleur is, nog zoeter van smaak en nog zachter van textuur is.

Wil de je zelf eens proberen deze bijzondere chilipeper op te kweken dan kun je hier de zaadjes bestellen. Wil je de Mulato proberen? Diens zaadjes zijn hier te bestellen.

Wortelen en het gezichtsvermogen

Dat wortelen goed zijn voor je ogen is algemeen bekend. Er is tegenwoordig zelfs wetenschappelijk bewijs voor, maar hoe is men hierachter gekomen?
Dat zit zo. Britse piloten slaagden er tijdens de Tweede Wereldoorlog steeds beter in hun vijandelijke doelen 's nachts te lokaliseren en te bombarderen. De Duitsers meenden dat dit te danken was aan hun goede gezichtsvermogen. In werkelijkheid waren de nauwkeurige beschietingen het resultaat van de voortdurende ontwikkeling van nieuwe technologieën, zoals radar. Om dit geheim te houden, besloot de Britse overheid de mythe in de wereld te helpen dat Britse piloten hun goede gezichtsvermogen dankten aan het eten van wortelen.

Die mythe raakte alom bekend en zelfs wetenschappers besloten maar eens te gaan bekijken of er wellicht toch enige waarheid in school.

Wortelen danken hun oranje kleur aan de stof betacaroteen (ofwel pro-vitamine A) dat in het lichaam wordt omgezet in vitamine A. Mensen met een gebrek aan vitamine A hebben sneller last van nachtblindheid.

Wetenschappers ontdekten uiteindelijk dat vitamine A noodzakelijk is om rhodopsine te vormen, een extreem lichtgevoelig pigment, dat ons helpt om beter in het donker te kunnen zien. Die rhodopsine bestaat uit twee componenten, scotopsine en retinal. Die retinal wordt in het netvlies (de retina) geproduceerd op basis van vitamine A.

Blijkt die mythe per ongeluk nog waar te zijn ook.

Thee en Depressie

Depressie, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, is een van de meest voorkomende psychische stoornissen bij ouderen. Natuurlijk hebben onderzoekers gekeken welke factoren van invloed zijn op het ontstaan van depressieve gevoelens. Het blijkt dat (het drinken van) thee een positieve invloed heeft op depressies.
Men denkt dat de invloed van thee op de geestelijke gezondheid van de wat oudere medemens te maken heeft met zowel de biochemische componenten van de thee alswel de sociale context waarin men van thee geniet.

Recent wetenschappelijk onderzoek analyseerde de gegevens van meer dan 13,000 oudere deelnemers aan een langdurig Chinees onderzoek, de Longitudinal Healthy Longevity Survey (CLHLS), dat liep van 2005 tot 2014[1].

De factoren waarmee ze rekening hielden waren: leeftijd, geslacht, woonplaats, opleiding, burgerlijke staat en pensioenstatus. Ze hielden ook rekening met levensstijl en gezondheidstoestanden bij het berekenen van hun resultaten, inclusief of de senioren momenteel alcohol dronken of rookten, hun dagelijkse activiteiten en cognitieve functie. Ten slotte onderzochten ze hoe sociale betrokkenheid de resultaten zou kunnen beïnvloeden, waaronder activiteiten zoals spelletjes, deelnemen aan gemeenschapsactiviteiten en reizen.

In alle gemeten gevallen bleek consequent dagelijks theedrinken een belangrijke preventieve factor tegen depressieve symptomen te zijn. Stedelijk wonen, opleidingsniveau, burgerlijke staat, economische onafhankelijkheid, goede gezondheid en betrokkenheid bij sociale activiteiten hielden evenwel ook verband met minder depressieve symptomen.

Bij het verdelen van de groepen op leeftijd en geslacht, ontdekten onderzoekers dat het verband tussen het drinken van thee en minder depressieve symptomen alleen significant was voor mannen tussen 65 en 79 jaar oud.

Consequent en frequent thee drinken kan het risico op depressieve symptomen voor ouderen verminderen, zo denken de onderzoekers. Het bevorderen van een (traditionele) levensstijl van het drinken van thee kan een kosteneffectieve manier zijn voor gezond ouder worden.

Diezelfde onderzoekers stelden vast dat dezelfde uitkomsten werden verkregen bij ouderen uit Singapore[2]. Met gebruikmaking van gegevens van de Diet and Healthy Aging Study (DaHA) konden zij aantonen dat langdurige consumptie van thee geassocieerd werd met verminderde depressieve en angstgevoelens bij Singaporezen.

[1] Shen et al: Association between tea consumption and depressive symptom among Chinese older adults in BMC Geriatrics – 2019. Zie hier
[2] Feng et al: Association Between Tea Consumption and Depressive Symptoms in Older Chinese Adults in Journal of the American Geriatrics Society – 2012. Zie hier.

Een bijzondere chilipeper: Pink Tiger

Wat zou er gebeuren, zo dacht een creatief denkende Italiaan, als ik een van oorsprong Indiase Bhut Jolokia (tussen 800,000 en 1,001,300) zou kunnen kruisen met een Braziliaanse Pimenta de Neyde (tussen 100,000 en 250,000 SHU's). Het antwoord op die interessante vraag is dat je het beste van twee werelden kunt krijgen.
De Pimenta de Neyde is een nog onbekende chilipeper die uiteindelijk verkleurt tot een prachtig paars. Die dieppaarse (denk: aubergine) kleur kan uiteindelijk nog een beetje doorkleuren naar een frispaarse kleur, maar dat is het dan ook. Iedere andere chilipeper verkleurt toch meestal wel van groen naar geel, oranje, rood of paars. De Bhut Jolokia heeft het verwrongen (wrinkled heet dat in het Engels) uiterlijk van vele superhete chilipepers.

Samengebald lijkt het er op dat de kruising wél het verwrongen uiterlijk heeft geerfd en tegelijkertijd een deel van die paarse kleur. De Italiaanse chilipeperkwekers hebben deze kruising de naam Pink Tiger gegeven, maar roze is niet de meest opvallende kleur die deze chilipeper kan opleveren. Dát is de paarse kleur van deze Capsicum chinensis of beter gezegd: het is voor driekwart een Capsicum chinensis en voor één kwart een Capsicum annuum. De Pimenta de Neyde is namelijk een kruising van twee chilipepersoorten.

De Pink Tiger is dus een superhete chilipeper die ook nog eens zeer decoratief is. De kleur kan variëren tussen een wat groenige perzikkleur tot een groenig paarsige kleur. Soms zijn alle kleuren tegelijk in één chilipeper te aanschouwen. Sommige vroege telers claimen zelfs dat dit ras strepen heeft, maar dat is nog niet officieel bevestigd.

Hij is nog lastig te verkrijgen en dit ras is zelfs nog niet stabiel. Als je een Pink Tiger opkweekt dan kun je daardoor tegen een kleine teleurstelling aanlopen en een chilipeper oogsten die meer weg heeft van de Bhut Jolokia of de Pimenta de Neyde. Maar ach, daar kun je toch wel mee leven?

De eerste die mij een aantal zaadjes van de Pink Tiger kan leveren krijgt een leven lang een verwijzing naar zijn of haar website onder deze column.

Zoete aardappel is (van nature) een genetisch gemodificeerd gewas

Voor iedereen die een natuurlijke afkeer heeft van genetisch gemodificeerde producten heb ik een nieuwtje dat stof tot nadenken geeft.
De zoete aardappel (Ipomoea batatas)is een van de oudste gedomesticeerde gewassen van het Amerikaanse continent en er zijn in Peru archeologische overblijfselen gevonden die dateren van 8,000-10,000 jaar geleden.

Het blijkt dat het genoom van alle zoete aardappelen genen van bacteriën bevat en dat is dus een voorbeeld van een natuurlijk voorkomende genetisch gemodificeerde (GM) plant[1].

Toen Jan Kreuze en zijn collega's van het International Potato Center in Lima (Peru) het genoom van de tamme zoete aardappel onderzocht, ontdekten ze genen die afkomstig waren van één of meer Agrobacterium-soorten. Deze bacteriën infecteren planten en brengen DNA over in het genoom van hun gastheer. Dat systeem was al bekend, omdat onderzoekers tegenwoordig diezelfde bacteriën gebruiken om allerhande landbouwgewassen genetisch aan te passen.

De twee stukjes bacterieel DNA die in de zoete aardappel werden aangetroffen worden in verschillende weefsels van die eetbare knol tot expressie gebracht en één van de sequenties wordt alleen in gekweekte zoete aardappelen gevonden - niet in nauw verwante wilde stammen.

Deze genen coderen voor eigenschappen die wenselijk waren voor de domesticatie van het gewas en werden waarschijnlijk overgebracht naar een oude voorouder van zoete aardappelen, zeggen de auteurs.

Met andere woorden: genetische manipulatie modificatie is niet altijd iets om bang voor te zijn, zoals onnozele mensen ons vaak proberen wijs te maken. De natuur doet het immers zelf ook.

[1] Kynt et al: The genome of cultivated sweet potato contains Agrobacterium T-DNAs with expressed genes: An example of a naturally transgenic food crop in PNAS – 2015. Zie hier.

[Recept] Radijsjes in het zuur

Radijsjes in het zuur is ontzettend lekker bij koud vlees of kaas, maar ook in een frisse salade. Het zuur in de wijnazijn en de suiker zorgen voor een lange houdbaarhoud. Een afgelsoten pot kun je ongeveer zes maanden bewaren. Een eenmaal geopende pot in de koelkast is slechts twee weken houdbaar.
Met toegevoegde uiringen is het misschien nog smakelijker.

Ingredienten:
- een bos radijs
- een theelepel zout
- 125 ml witte wijnazijn
- 65 ml water
- 20 gram suiker
- 2 theeleleps mosterdzaad

Bereiding:
- Was de radijsjes en snijd ze in dunne plakjes;
- Strooi het zout over de radijsjes en laat het even intrekken. Spoel de radijsjes af en doe ze in een vooraf gesteriliseerde pot van circa 300 ml.;
- Doe de witte wijnazijn, de suiker en de mosterdzaadjes in een pan en kook alles. Roer totdat de suiker is opgelost en giet het geheel dan over de radijsjes;
- Sluit de pot goed af en laat de inhoud afkoelen;
- Na een dag of drie zijn je radijsjes heerlijk van zurig van smaak. De kleur van de radijsjes zal wel ietwat oplossen door de inwerking van het zuur van de witte wijnazijn.

Eenzijdig dieet van maïs werd Maya's fataal

Men vermoedde al langer dat de Maya-cultuur ten onderging aan aanhoudende droogte. Onderzoek aan een stalagmiet in een grot in het Midden-Amerikaanse Belize bevestigden dit vermoeden. Een stalagmiet van calciet groeit langzaam als gevolg van doorgesijpeld regenwater en een dwarsdoorsnede levert dus langjarige gegevens op over de regenval.
[Maïsgod in een maïskolf)
De onderzoekers konden vaststellen dat tussen 440 en 660 nChr een periode van bovennormale regenval plaatsvond, die leidde tot een bevolkingsexplosie[1]. Dit werd gevolgd door een periode van droogte tussen 660 en 1000 nChr. Die zorgde voor een ineenstorting van de populatie.

Recent is een vervolgonderzoek gedaan en daaruit bleek dat de elite van de Maya's een grote voorkeur hadden voor het eten van maïs[2]. Maïs kan relatief slecht tegen droogte en misoogsten waren tussen 660 en 1000 nChr dus nauwelijks te voorkomen.

De populatie was sterk gegroeid gedurende de 'vette jaren' en die populatie moest dus steeds meer voedsel verbouwen. Dat werd steeds lastiger gedurende de periodes van aanhoudende droogte. Het hele systeem van voedselvoorziening was geritualiseerd en dus rigide, wat zorgde voor uitputting van de grond. Men was eigenlijk vergeten hoe men ooit voedsel uit het oerwoud kon halen.

"Onze onderzoeksresultaten tonen een patroon van een extreem eenzijdig op maïs gebaseerd dieet voor de elite, dat zich voortzette totdat het gebied werd verlaten," aldus onderzoeksleidster Claire Ebert. "Het onderzoek toont ook aan dat dieet een belangrijk element kan zijn voor de teloorgang van een beschaving en helpt ons begrijpen dat iedere populatie vatbaar is voor klimaatveranderingen, zelfs moderne geïndustrialiseerde staten.”

[1] Kennett et al: Development and disintegration of Maya political systems in response to climate change in Science – 2012
[2] Ebert et al: The Role of Diet in Resilience and Vulnerability to Climate Change among Early Agricultural Communities in the Maya Lowlands in Current Anthropology – 2019

Chilipepers in de ruimte

De Española zal de eerste chilipeper zijn die een ruimtereis gaat maken. Dit zou de eerste vruchtdragende plant zijn die in het International Space Station (ISS) geteeld en geoogst zal worden. Indien de NASA astronauten naar de planeet Mars zou willen sturen, dan is het van cruciaal belang dat de NASA vooraf onderzoek doet naar de effecten van gewichtloosheid op planten en fruit.
NASA-wetenschapper Jacob Torres verklaarde dat, afhankelijk van de onderlinge stand van de aarde en Mars, de kortste reis naar de Rode Planeet minimaal twee jaar duurt. Traditionele voorverpakte maaltijden zullen tijdens die lange reis uiteindelijk onvoldoende vitamines en voedingsstoffen opleveren voor de astronauten.

Daarom moeten wetenschappers dus manieren zien te vinden om het dieet van astronauten aan te vullen met vers geteelde groenten en fruit. De teelt Española chilipeper in het ISS is daartoe een eerste stap.

Er zijn veel uitdagingen voor het telen van gewassen in de ruimte. Een plant moet gemakkelijk worden bestoven en in staat zijn om te overleven in een omgeving met veel kooldioxide. Wetenschappers hebben ontdekt dat sommige chilipepers aan beide eisen voldoen. Toen Torres in 2018 bij NASA aan een stage begon, onderzochten wetenschappers eerst de mogelijkheid om Hatch chilipepers te telen, een variëteit uit de Amerikaanse staat New Mexico. Daarna stapte men over op de Españolas, een Capsicum Annuum.

De Española chilipepers hebben echter de verwachtingen overtroffen, zei hij. NASA bereidt zich nu voor om de chilipepers tussen november 2019 en januari 2020 naar het internationale ruimtestation te sturen. Chilipepers zijn niet alleen bestand tegen extreme omstandigheden, ze zitten ook boordevol vitamines. Dit zal astronauten helpen bij de bestrijding van gezondheidsproblemen waar zij in de ruimte mee te maken krijgen, verklaarde Torres.

"Bovendien," zo zei Torres, "stel je eens voor dat je een hap kunt nemen van een verse peper na maandenlang voedsel te hebben gegeten dat naar karton smaakt”.

Een bijzondere chilipeper: Dente de Coyote

De Dente de Coyote is een Italiaanse chilipeper en behoort tot de soort Capsicum chinensis. Het is daarmee directe familie van bijvoorbeeld de Habanero.
[Image credit: Harald Zoschke]
De naam Dente de Coyote betekent 'tanden van de coyote' en deze beschrijft de vorm van de ietwat langwerpige ivoorkleurige chilipepers. Deze cultivar werd oorspronkelijk ontwikkeld door Massimo Biagi, die (1949) in Italië met trots de bijnaam il papa del peperoncino ('de chilipaus') draagt en werkzaam was aan de Agrarische Faculteit van de Universiteit van Pisa.

De Dente de Coyotes groeien snel op en hebben een ietwat bossig uiterlijk. De plant produceert uiteindelijk snel en veel chilipepers met een gemiddelde lengte van een centimeter of vier. Die chilipepers verkleuren van lichtgroen, via ivoorwit tot uiteindelijk bijna helderwit. De pittigheid is vrij beperkt voor een Capsicum chinensis en ligt tussen de 5,000 en 15,000 SHU's.

De chilipepers van de Dente de Coyote zijn zeer geschikt voor directe consumptie in pittige salades, om in te maken en voor het maken van sausjes.

Toch lijkt het dat de oorsprong van deze cultivar in Brazilië gezocht dient te worden. Daar staat een soortgelijke versie bekend onder de naam Coyote Zan White, al is die cultivar een heel stuk pittiger met zijn 60,000 tot 100,000 SHU's.

Wil je zelf eens proberen de Dente de Coyote op te kweken dan kun je hier de zaadjes bestellen.
Wil je zelf eens proberen de Coyote Zan White op te kweken dan kun je hier de zaadjes bestellen.

Oranje komkommers

Wetenschappers hebben vastgesteld dat komkommerrassen met oranje vruchtvlees vier tot vijf keer zoveel carotenoïden (vitamine A) bevatten dan normale rassen met wit vruchtvlees[1].
De oranje komkommers zijn afkomstig uit het noordoosten van India, waar ze worden gekookt of verwerkt worden tot chutney. De rassen trokken de aandacht van onderzoekers toen ze inheemse komkommerrassen bestudeerden in de databank van de National Bureau of Plant Genetic Ressources (NBPGR). Vanwege de oranje kleur van de plant verwachtten zij een hoog gehalte aan carotenoïden aan te treffen.

"Er zijn veel groenten en fruit waarmee men in de dagelijkse behoefte aan vitamine A kan voorzien maar deze zijn niet altijd beschikbaar in ontwikkelingslanden. In India zijn komkommers zelfs voor de minder bedeelden betaalbaar. Het bepalen van het carotenoïdegehalte van inheemse groenten kan bijdragen aan een grotere voedselzekerheid," aldus Pragya Ranjan, onderzoeker bij NBPGR.
Ook in Myanmar (Birma) en Zuid-China komen varianten van de oranje komkommer voor. Ze zitten allemaal genetisch dicht bij elkaar.

[1] Ranjan et al: Orange-fleshed cucumber (Cucumis sativus var. sativus L.) germplasm from North-East India: agro-morphological, biochemical and evolutionary studies in Genetic Resources and Crop Evolution - 2019

Een bijzondere chilipeper: Shishito

Chilipepers hebben de hele wereld veroverd. Zou het een chilipeperloze plant zijn dan zouden biologen hem een kosmopoliet of zelfs invasieve exoot moeten noemen. Gelukkig heeft de chilipeper zich onmisbaar gemaakt en in vele plaatselijke, regionale of nationale keukens staan daardoor geen fletse en saaie gerechten op het menu, maar kleurrijke en pittige gerechten.
Ook in het zo traditionele Japan is het de chilipeper gelukt om zich een vaste plaats te verwerven in de keukens. De meest bekende van deze chilipepers is de Shishito, een Capsicum annuum. Maar omdat chilipepers niet van grenzen houden is deze variëteit ook in omringende landen populair.

In de Japanse taal wordt de Shishito chilipeper Shishitōgarashi (獅子唐辛子) genoemd. Mocht je benieuwd zijn: het woord tōgarashi (唐辛子) betekent 'chilipeper', terwijl shisi (獅子) 'leeuw' betekent. De Japaners denken dat de punt van deze chilipeper op een leeuwenkop lijkt. In Zuid-Korea staat hij bekend als kkwari-gochu (꽈리고추), waarbij gochu (고추) 'chilipeper' betekent 'chilipeper' en kkwari (꽈리) is de naam voor de (oosterse) lampionplant (Physalis alkekengi). De Koreanen geloven dat deze chilipeper lijkt op de gerimpelde gedroogde bessen van de lampionplant.

De Shishito is een milde, zoete variant met een SHU-waarde die varieert tussen 0 en 200. De ene chilipeper kan dus pittiger zijn dan de andere en daarmee is hij dus vergelijkbaar met de Pimientos de Padrón. Het blijft een verrassing welke je in je mond stopt, al valt de maximale pittigheid natuurlijk enorm mee. Onderzoek heeft uitgewezen dat de variatie in pittigheid te maken heeft met de omstandigheden waaronder de chilipeperplant is opgegroeid. Staat hij in de zon of schaduw of heeft hij veel of weinig vocht kunnen opnemen. Hoe heter en droger de omstandigheden, hoe meer capsaïcine de plant zal aanmaken.

Shishito chilipepers worden in de Japanse keuken gebruikt voor het maken van tempura (gefrituurde deeghapjes) of traditioneel geroosterd in de pan met wat sesamolie en sojasaus. Meestal wordt er eerst een gaatje in gemaakt om het openbarsten van de peper te voorkomen.

Een heerlijk en eenvoudig te bereiden recept voor Shishito chilipepersoep is hier te vinden.

Wil je zelf eens proberen om deze bijzondere chilipeper op te kweken dan kun je hier de zaadjes bestellen.

Shishito chilipepersoep

De groene Shishito is een mild pittige peper uit Japan die stevig van structuur en hartig van smaak is. De pittigheid bevindt zich tussen 0 en 200 SHU's. Qua gebruik in de keuken lijkt hij veel op de Pimientos de Padrón en de peper wordt dan ook vaak lekker gegrillt in de oven, pan of barbecue met olie en zout. Bij Westlandpeppers vonden ze een heel leuk en eenvoudig recept met deze shishitto pepers, namelijk shishito pepersoep.
Ingrediënten:
- 500 gram Shishito pepers
- olijfolie of sesamolie
- 2 teentjes knoflook
- 1 komkommer
- 2 uien
- 500 ml groentebouillon
- 1 el appelazijn
- peper en zout

Bereiding: 
Verwarm een pan met olie en voeg de knoflook, ui en shishito pepers toe. Bak de pepers op hoog vuur tot ze zwart beginnen te blakeren. Voeg de komkommer, groentebouillon en azijn toe. Pureer dit met een staafmixer of in een blender tot een gladde soep. Voeg peper en zout toe naar smaak. Zet dit voor 3 tot 4 uur in de koelkast en serveer het koud.

Een bijzondere chilipeper: Pimentón de la Vera

Natuurlijk kun je paprika's drogen en tot poeder vermalen. Wat je dan krijgt is paprikapoeder dat bijna zo smaakt als de oorspronkelijke paprika, alleen is gedurende het droogproces wat smaak verloren gegaan. Geen idee waarom je dat zou willen: een hoop gedoe en het smaakt nog minder ook.
Maar in Spanje hebben ze daar wat op gevonden: gerookte paprikapoeder ofwel pimentón. Nadat de conquistadores tijdens hun veroveringstochten op het Amerikaanse continent chilipepers en tabak hadden ontdekt, werden deze overgebracht naar Spanje. Hiëronymieter monniken van het Klooster van Yuste in Cuacos de Yuste, gelegen in de intens droge regio Extremadura, plantten de zaadjes van de paprika’s, de plaatselijke boeren gingen met de tabakszaadjes aan de slag.

De rijpe rode paprika’s werden te drogen gehangen boven de tabaksbladeren die daar boven steeneikvuren werden gerookt. Zo kwam de gerookte paprika vroeger aan zijn intense, aromatische smaak. Boven tabaksbladeren worden de paprika’s allang niet meer gedroogd, maar het procedé is verder hetzelfde gebleven.

De Extremadura is in de loop der eeuwen uitgegroeid tot één van de grotere rode paprikagebieden in Europa. Wat ooit bescheiden begon in het Klooster van Yuste is uitgegroeid tot een miljoenenindustrie. Zelfs Keizer Carlos V (1500-1558), die in het Klooster van Yuste zijn laatste dagen sleet, zal ze daar ongetwijfeld gegeten hebben.

Spanje is een enorm land met een veelheid aan regionale en plaatselijke keukens die onderling behoorlijk verschillen. Denk aan de eeuwenlange overheersing van de Moren in het zuiden, de Baskische kusten in het noorden waar visgerechten de boventoon voeren of de gortdroge binnenlanden. Ondanks al die verschillen is er één element dat de keukens gemeen hebben: gerookte paprikapoeder.

Dit gerookte paprikapoeder heeft een zoete rooksmaak. Er bestaan een drietal varianten: dulce (letterlijk 'zoet', hoewel 'mild' een betere omschrijving zou zijn), agridulce ('bitterzoet', de traditionele paprikapoeder) en picante ('pikant').
Circa 80 procent van de productie van de pimentón is bestemd als 'smaakmaker' in Spaanse vleeswaren, waaronder de ook in ons land geroemde Chorizo worst. Gerookte paprikapoeder is perfect om je gerechten net wat een meer intense zwoele kick te geven.

Uiteraard zijn er in de loop der tijden verschillende merken op de markt verschenen, maar de pimentón van La Chinata is de meest bekende van het stel. Deze paprika’s zijn nog steeds afkomstig uit de regio La Vera in de Extremadura. Alleen paprikapoeder uit deze regio mag de naam 'Pimentón de la Vera' dragen door zijn beschermde oorsprong en hoge kwaliteit.