Zwarte vijg

Uiteraard weet je het al, maar de natuur kan de kleur zwart niet perfect maken. Vroeger had men daar geen idee van en dus kreeg je de jacht op de zwarte tulp. De zwarte vijg is dan ook niet zwart, maar dieppaars.
Een vijg (Ficus carica) lijkt op het eerste gezicht een gewone, zeer zoete vrucht. Botanisch gezien is dat beeld echter onjuist. Wat wij als vijg eten, is geen vrucht in de gebruikelijke betekenis van het woord, maar een zogenoemde syconium: een vlezige, holle bloeiwijze waarvan de bloemen naar binnen gericht zijn. De honderden kleine pitjes in het vruchtvlees zijn afzonderlijke vruchtjes.

De vijg behoort tot de moerbeifamilie (Moraceae). Deze soort komt oorspronkelijk uit het gebied rond het oostelijke Middellandse Zeegebied en West-Azië. Van daaruit heeft de teelt zich verspreid over vrijwel alle gebieden met warme, droge zomers.

De aanduiding 'zwarte vijg' verwijst niet naar aparte botanische botanische soort. Er bestaan meerdere cultivars met een donkerpaarse, donkergroene, bijna zwarte schil. Voorbeelden zijn de Bursa (uit Turkije) en de Mission fig* (uit de USA). Die donkere kleur ontstaat door een combinatie van pigmenten, vooral anthocyanen. Deze stoffen komen ook voor in bijvoorbeeld blauwe bessen en paarse druiven. Anthocyanen functioneren in planten onder meer als beschermende pigmenten tegen ultraviolet licht en oxidatieve stress. Bij de rijping van de vijg verandert bovendien de textuur: het vruchtweefsel wordt zachter en de concentratie van oplosbare suikers neemt toe.

Die zoetheid heeft echter ook een ecologische functie. Rijpe vijgen trekken vogels, zoogdieren en insecten aan, die bijdragen aan de verspreiding van de zaden. De relatie tussen vijgen en insecten is echter ingewikkelder dan bij veel andere fruitgewassen. In het natuurlijke verspreidingsgebied worden veel vijgensoorten bestoven door gespecialiseerde vijgenwespen (die in Nederland niet voorkomen). Bij sommige rassen is bestuiving noodzakelijk voor vruchtvorming, terwijl andere cultivars vruchten ontwikkelen zonder bevruchting. Dat laatste proces heet parthenocarpie.

Denk bij parthenocarpie aan het Parthenon in Athene. Het Parthenon (Παρθενών) was oorspronkelijk de tempel van en voor de Griekse godin Athena Parthenos ('de Maagd'), die de beschermgodin was van de stad Athene. Met andere woorden: parthenocarpie is maagdelijke vruchtvorming.

* Je hoort Mission fig te zeggen en niet de Mission, want er bestaat ook een Mission olive.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten