De valse ananas (Ananas macrodontes) is een plantensoort uit de familie Bromeliaceae en daarmee een naaste verwant van de (gewone) ananas (Ananas comosus). Dat deze soort 'valse ananas' wordt genoemd zorgt soms voor de nodige verwarring, want ook Pseudananas sagenarius draagt dezelfde bijnaam, en in sommige regio’s wordt zelfs Pandanus kaida zo genoemd, hoewel die laatste tot een geheel andere plantenfamilie behoort (Pandanaceae) en taxonomisch niets met ananassen te maken heeft.
De valse ananas is inheems in centraal Zuid‑Amerika, met vindplaatsen in Brazilië, Bolivia, Paraguay, Ecuador en het noorden van Argentinië. De soort groeit in de ondergroei van tropische regenwouden en halfbladverliezende bossen, waar hij profiteert van gefilterd licht en een vochtig microklimaat.
Net als andere leden van het geslacht Ananas vormt de plant uitlopers aan de voet van de moederplant. Deze uitlopers, door biologen en tuinders wortelscheuten genoemd, maken ongeslachtelijke voortplanting mogelijk en zorgen ervoor dat de plant zich langzaam uitbreidt tot een kleine kolonie.
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Ananas, is ontleend aan het Oudtupi, een inheemse taal, waar naná ‘ananas’ betekent. Het tweede deel, macrodontes, is afkomstig uit het Oudgrieks: makro (μακρο) betekent ‘groot’, en odóntes (ὀδόντες) ‘tanden’. De naam verwijst naar de opvallend stekelige bladranden van de plant.
De valse ananas vormt, net als de (gewone) ananas, een samengestelde vrucht die ontstaat uit de vergroeide vruchtbeginsels van meerdere bloemen. De vrucht is eetbaar, maar kleiner en minder aromatisch dan die van de ananas. Bovendien bevat hij doorgaans kleine zaden, iets wat bij de gecultiveerde ananas nog zelden voorkomt.
Deze soort is tetraploïd, wat betekent dat elke cel vier volledige sets chromosomen bevat. Deze polyploïdie wordt soms gezien als aanwijzing voor een mogelijke hybride oorsprong binnen de bromeliafamilie, al is dat niet definitief vastgesteld.
Omdat de vruchten commercieel weinig interessant zijn, is de valse ananas veroordeeld tot het leven als een sierplant. De soort heeft immers een decoratief blad en is opvallend winterhard voor een tropische bromelia: zelfs lichte vorst kan hij verdragen, maar langdurige koude niet. In gematigde klimaten wordt de plant meestal in een pot gevangen en wordt als kamerplant verzorgd.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten