Coccolithoforen en de Krijtrotsen van Dover

De White Cliffs of Dover hebben natuurlijk een Franse tegenhanger: Cap Blanc‑Nez. Ze worden gescheiden door het Kanaal, The English Channel voor patriotische Engelsen en La Manche ('De Mouw') als je toevallig Frans spreekt. Ze bestaan beide uit helderwit krijtgesteente uit het Krijt, een geologische tijdperk dat duurde van ongeveer 145 tot 66 miljoen jaar (Ma.) geleden. Het Krijt eindigde dus op hetzelfde moment dat de dinosauriërs uitstierven als gevolg van de inslag van een grote meteoriet in wat nu Midden-Amerika is.
Op heldere dagen zijn de kliffen aan beide zijden van het Kanaal goed zichtbaar voor elkaar. Hun iconische, helderwitte aanblik is te danken aan een proces dat bijna onvoorstelbaar langzaam verliep: de opeenstapeling van coccolithoforen, minuscuul kleine mariene algen van 2 tot 20 micrometer (µm) groot die 100 miljoen jaar geleden in enorme hoeveelheden in een warme, ondiepe zee boven het huidige Zuidoost‑Engeland leefden. Coccolithoforen omringen zich met schijfvormige plaatjes van calciumcarbonaat, de zogenoemde coccolithen. Deze vormden na hun afsterven een fijn, wit slib dat zich laag voor laag op de zeebodem ophoopte.

Coccolithoforen zijn eencellige algen die zich omringen met schijfvormige plaatjes van calciumcarbonaat. Als de algen sterven, vallen deze plaatjes uiteen en dwarrelen langzaam naar de zeebodem, waar ze een fijn, wit slib vormen. In het Laat‑Krijt (ca. 100–66 Ma. geleden) waren de omstandigheden ideaal: warm water, hoge zeespiegels en rustige zeeën zorgden voor gigantische algenbloei.

De groeisnelheid van coccolithoforen is hoog voor microscopisch plankton: moderne bloei‑gebieden tonen dat ze zich explosief kunnen vermenigvuldigen wanneer licht, temperatuur en voedingsstoffen optimaal zijn. Zulke massale bloei was waarschijnlijk ook de sleutel tot de vorming van de krijtlagen die later de kliffen zouden worden.
De afzetting ging extreem langzaam, maar over een zeer lange periode. Schattingen liggen rond de 0,5 millimeter per jaar. Dit proces duurde ongeveer 30 miljoen jaar, waardoor er krijtpakketten ontstonden tot wel 500 meter dik. Van die dikte is vandaag nog slechts zo’n 110 meter als klif zichtbaar. De rest ligt verborgen landinwaarts of is door erosie verdwenen.

Na de afzetting bleven de krijtlagen miljoenen jaren onder water. Pas tijdens de Alpiene orogenese in het Paleoceen (66–56 Ma.) en Eoceen (56–34 Ma.) werd het gebied langzaam omhooggeduwd. Het krijt kwam boven zeeniveau te liggen. Wind, regen en vooral de golven van het Kanaal sneden vervolgens de steile, verticale kliffen uit het zachte gesteente, een proces dat tot op de dag van vandaag voortduurt.

Gekoppeld aan de voortdurende erosie elders, vooral in Yorkshire in het oosten van het land, wordt Engeland steeds kleiner.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten