Wilde chilipepers: Capsicum cardenasii

De Capsicum cardenasii is een wilde chilipepersoort uit Bolivia en Peru. Het eerste plantmateriaal werd in 1911 door Martin Cárdenas Hermosa (1899-1973) ontdekt in het Boliviaanse hoogland in de buurt van de hoofdstad La Paz. Hij wist dat hij een onbekende chilipepersoort in handen had en stuurde het materiaal op om verder onderzoek te laten verrichten. Martin Cárdenas Hermosa wordt beschouwd als de belangrijkste plantkundige van Bolivia en heeft in zijn carrière meer dan 6500 Boliviaanse planten geclassificeerd. Geen wonder dan men de door hem ontdekte chilipeper zijn naam meegaf: Capsicum cardenasii.

Door de inheemse bewoners worden alle wilde chilipepers Ulupica (pica betekent ‘bijtend’ in de zin van ‘pikant’) genoemd. Dus ook deze versie.
[Foto: www.growsonyou.com]
Van de Capsicum cardenasii wordt gedacht dat hij wellicht de stamvader kan zijn van alle chilipeperrassen. De plant groei tot een meter hoog met kwetsbare wijdlopige takken. De bladeren zijn ovaal van vorm, smal en kaal of licht gehaard. Wanneer een blad gekneusd wordt verspreid deze de karakteristieke geur van tomatenbladeren, een aanwijzing dat tomaten en chilipeper verre familieleden moeten zijn. Deze chilipeper wordt getooid met aantrekkelijke paarse stervormige bloemen.

Zoals alle oerchilipepers zijn ook de bessen van deze Capsicum cardenasii erg klein: niet meer dan een centimeter in lengte en een halve centimeter overdwars. In iedere bes zitten 4 tot 12 zaadjes. De pittigheid wordt geschat op een acceptabele 30,000 SHU’s.

Het blijkt dat de Capsicum cardenasii van nature resistent is tegen het Tabaksmosaiekvirus (TMV), dat onder tabak en zijn familieleden grote economische schade aanricht. Omdat chilipepers, tomaten, paprika, aardappelen en komkommers ook vatbaar voor dat virus zijn, wordt geprobeerd de resistentie van de Capsicum cardenasii in te bouwen in die andere gewassen.

No comments:

Post a Comment