New York, Suriname en Pulau Run

Ooit, zo weten we van onze geschiedenislessen op school, was Nieuw Amsterdam één van de bezittingen van het Nederlandse rijk. In 1667 werd Nieuw Amsterdam bij het Verdrag van Breda geruild tegen Suriname en werd het stadje hernoemd tot New York.
[Pulau Run]
Zoals zo vaak blijkt deze geschiedenis niet helemaal volledig, want Nederland had Suriname de facto al in bezit: het land was een jaar eerder veroverd op de Engelsen. Het Verdrag van Breda bevestigde slechts de situatie. Suriname was dus niet het belangrijkste ruilobject voor wat ooit de wereldstad New York zou worden.

Waar de Nederlanders écht op aasden was het piepkleine eilandje Pulau Run, een van de Banda Eilanden. De Banda-eilanden vormen een groep van tien kleine vulkanische eilanden in de Bandazee en behoren tot de Indonesische eilandengroep de Molukken. Het eiland was al eerder in Nederlandse handen geweest, maar men had alle muskaatnootbomen gekapt voordat de Britten het terugveroverden. Voor de Britten was Pulau Run daardoor waardeloos geworden.
Maar met de deal kreeg Nederland de laatste van tien Banda Eilanden in bezit en zorgde daarmee dat de dreiging van Britse inmengingen werd verminderd. Nederland had een monopolie op de handel in nootmuskaat en foelie. Het heeft de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) schatrijk geraakt. Om illegale handel en smokkel te voorkomen, concentreerde de VOC de teelt van kruidnagelen op het Molukse eiland wat later Ambon door ook op andere andere Molukse eilanden, waartoe immers ook de Banda Eilanden toe gerekend worden, alle kruidnagelbomen te kappen.

Tot in het midden van de 18e eeuw waren de Banda Eilanden de enige bron voor de muskaatnoot en pas toen lukte het de Britten om de muskaatnut in Maleisië, Singapore, India, Ceylon en Grenada te verbouwen.

No comments:

Post a Comment